Negende voortgangsrapportage voor de minister van Infrastructuur en Waterstaat

29-09-2025
334 keer bekeken

NZO Voorzitter Sybilla Dekker heeft de negende voortgangsrapportage van het Noordzeeoverleg aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangeboden. Deze voortgangsrapportage gaat over de periode november 2024 tot mei 2025, en is door de minister met de Tweede Kamer gedeeld.

Leest u de onderstaande tekst liever in een PDF? Download de negende voortgangsrapportage met begeleidende brief van Sybilla Dekker aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Noordzeeoverleg (NZO) samenwerking, evaluatie en resultaten Voortgangsrapportage 8 over de periode mei 2024 – november 2024

Introductie

In het Noordzeeoverleg (NZO) werken partijen aan de uitvoering van het 
Noordzeeakkoord (NZA) en de ruimtelijke uitdagingen op de Noordzee. In de uitvoering 
van het NZA staan de voedsel en visserij-, natuur- en energietransitie centraal, in 
samenhang met de veilige scheepvaart op de Noordzee.

Natuur

Deze verslagleggingsperiode stond voor een groot deel in het teken van overleg gericht 
op consensus tussen de NZO-partijen over de aanwijzing van natuurgebied op de 
Noordzee dat gevrijwaard wordt van bodemberoerende visserij. Deze afspraak is in het 
NZA (NZA art. 4.38) vastgelegd om de bescherming van de natuur van de Noordzee te 
vergroten. Dit is noodzakelijk omdat de ecologische toestand van de Noordzee te 
wensen overlaat. De partijen voerden in het najaar intensief overleg over de vraag 
welk(e) deel of delen van de huidige of toekomstige natuurgebieden voor 
bodemberoerende visserij gesloten zou moeten worden (optellend tot 1,2% van de 
oppervlakte van de Nederlandse Noordzee). In december bleek er geen 
overeenstemming te bestaan tussen de partijen over de voorstellen voor te sluiten 
gebieden. Evenwel leeft de wens bij alle sectoren om er als NZO samen uit te komen. 
Daarom is besloten extra tijd te nemen voor aanvullend overleg.

Met dit traject ben ik in  het nieuwe jaar voortvarend doorgegaan. Het NZO heeft afgesproken om bestaand wetenschappelijk onderzoek te analyseren ter ondersteuning van de consensusvorming. 
Het NZO heeft daartoe een joint fact finding traject opgezet. Daarin hebben 
onafhankelijke onderzoekers de ecologische waarde en de economische waarde van de 
natuurgebieden berekend. Dit traject stond onder leiding van de voorzitter van de 
onafhankelijke Wetenschappelijke Klankbordcommissie van het NZO. Met de uitkomsten 
van het onderzoek streef ik ernaar voor de zomer consensus te bereiken tussen de NZOpartijen over de invulling van deze NZA-afspraak.

Voedsel en visserij

Deze verslagleggingsperiode stond voor een groot deel in het teken van overleg gericht 
De kottervisserijsector en de schelpdiersector hebben in deze periode 
ondernemersplannen voor de toekomst opgeleverd. De ondernemersplannen zijn 
onderdeel van een langer proces om met het NZO binnen de kaders van het NZA 
invulling te geven aan de voedseltransitie op de Noordzee. Beide sectoren hebben een 
uitgebreid traject achter de rug om te komen tot deze ondernemersplannen. Ze schetsen 
het beeld van de manier waarop de kottervisserij en de schelpdiersector de 
voedseltransitie willen realiseren. Het vervolggesprek binnen het NZO zal zich richten op 
de elementen uit de plannen die binnen de kaders van het NZA vallen en waarin de 
inbreng van de andere stakeholders, waaronder de natuurorganisaties, op deze plannen 
ook wordt besproken. Deze acties zullen de partijen gezamenlijk concretiseren. 

Tegelijkertijd werkt het Ministerie van LVVN aan de uitvoeringsagenda van de visie Voedsel uit zee en grote wateren uit 2024. Ik vind het van belang dat het NZO daar 
goed op aangesloten is. Daarom werk ik nauw samen met de voorzitter van de Werktafel 
Visserij die werkt aan de uitvoeringsagenda. De uitkomsten van de gesprekken over de 
voedseltransitie in het NZO brengen de partijen in, in het proces voor de 
uitvoeringsagenda. Op die manier blijft de uitvoeringsagenda de plek waar de acties 
rondom voedsel uit zee bij elkaar komen

Energie

In het NZO bespreken de partijen, naast de uitvoering van het NZA, voorgenomen beleid 
over de Noordzee. De afgelopen tijd is o.a. aandacht besteed aan het Windenergie 
Infrastructuurplan Noordzee (WIN) na de huidige routekaart wind op zee. Op de 
voorloper van dit plan, het Energie Infrastructuur Plan Noordzee, heeft het NZO vorig 
jaar inbreng geleverd. Tevens heeft het NZO de hoofdlijnen besproken van het 
ontwerpprogramma aansluiting wind op zee – Eemshaven (PAWOZ-Eemshaven). De 
voorgenomen routes in dit programma verbinden de Noordzee met de Waddenzee en het 
land. Daarom stem ik de inbreng van het NZO af met het Omgevingsberaad 
Waddengebied. De aandachtspunten voor PAWOZ-Eemshaven in verhouding tot de 
doelen van het NZA, heb ik overgebracht aan de minister van KGG. 

In het NZA zijn afspraken gemaakt over gaswinning op de Noordzee. In dat kader is in 
het NZO gesproken over het Sectorakkoord gaswinning. De relaties van de afspraken in 
het Sectorakkoord met de afspraken in het NZA werden onderstreept. Het NZO blijft de 
ontwikkelingen van mijnbouwactiviteiten op zee volgen, evenals de verwachtingen van 
toekomstige gasproductie binnen Natura2000-gebieden (volgens NZA art. 4.37). In 2022 
heeft het NZO een rapport laten opstellen over de vraag of gaswinning op de Noordzee 
past binnen de afspraken uit het Parijsakkoord (conform NZA art. 5.10).1 Volgens 
afspraak uit het NZA (art. 5.16) bespreekt het NZO opties voor het klimaat- en 
energiebeleid die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van het Parijsakkoord. 
Zodra het NZO hierover consensus bereikt, zal ik die opties aanreiken aan de minister 
van KGG.

Waddengebied

De grote transities op de Noordzee kennen parallellen met de ontwikkeling van voedsel, 
visserij en natuur in het Waddengebied. Ook bij de aanlanding van energie van de 
Noordzee is het Waddengebied van belang. Een aantal partijen bij het NZO is ook 
betrokken bij het Omgevingsberaad Waddengebied. Tussen beide organisaties vindt 
regelmatig overleg plaats over de ontwikkelingen op de Noordzee en het Waddengebied.

Scheepvaart

In deze verslagleggingsperiode heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid aan het NZO de 
uitkomsten toegelicht van het rapport Schipperen met ruimte, beheersing van 
scheepvaartveiligheid op een steeds vollere Noordzee (juni 2024). Meer 
windenergiegebieden, grotere schepen en nieuwe activiteiten zoals de productie van 
waterstof zorgen voor een gebrek aan ruimte op zee, met risico’s voor de 
scheepvaartveiligheid. Ook heeft het NZO het rapport besproken van de Europese 
Rekenkamer over de EU-maatregelen ter bestrijding van mariene verontreiniging vanaf 
schepen. 

Onderzoek

MONS is het tienjarige onderzoeksprogramma dat de kennisvragen uit het NZA beoogt te 
beantwoorden. Het doel van MONS is om inzicht te geven in de veranderingen in het 
Noordzee-ecosysteem kunnen en zullen gaan plaatsvinden als gevolg van de drie 
transities en factoren als klimaatverandering. De afgelopen maanden is wederom een 
aantal onderzoeksrapporten opgeleverd. Bijvoorbeeld een rapport over monitoring van 
het effect van gebiedssluiting voor de visserij en een rapportage over de vraag in 
hoeverre de aantallen zeehonden worden beïnvloed door de beschikbaarheid en kwaliteit 
van geschikt habitat. Met steeds meer kennis en informatie die beschikbaar komt, is de 
vraag besproken op welke manier de onderzoeksresultaten van MONS bijdragen aan het 
overleg in het NZO en de ontwikkeling van Noordzeebeleid.

Het progamma Noordzee

Eerder heeft het NZO inbreng geleverd over de implementatie van het NZA en het 
proces van de Partiële Herziening van het Programma Noordzee 2022-2027. Ook in deze 
verslagperiode is regelmatig overleg gevoerd over de totstandkoming van de Partiële 
Herziening. Met het overleg over de Partiële Herziening wordt tevens vooruit geblikt naar 
de verdere implementatie van het NZA in het komende Programma Noordzee 2028-
2033. Onder andere het thema medegebruik van windparken op zee is voor de NZO partijen belangrijk. Medegebruik biedt potentie voor voedselproductie, 
natuurontwikkeling en optimalisatie met scheepvaart en levert daarom een bijdrage aan 
het mogelijk maken van de drie transities op de Noordzee.

Ook het thema veiligheid van de infrastructuur op zee komt regelmatig aan de orde. De 
Programmadirecteur Bescherming Noordzee Infrastructuur van het Ministerie van 
Defensie informeert het NZO regelmatig over de actuele dreigingen en de aanpak om de 
bescherming en de veiligheid van de infrastructuur te waarborgen

Slot

Op de Noordzee staan we samen voor grote uitdagingen om de drie transities te 
volbrengen, waarbij voldoende ruimte behouden blijft voor veilige scheepvaart. Met de 
leden van het NZO blijf ik de komende periode werken aan de uitvoering van het NZA en 
aan de nieuwe uitdagingen waarmee de Noordzee te maken heeft. 

Afbeeldingen

Bekijk ook

Cookie-instellingen