Tiende voortgangsrapportage voor de minister van Infrastructuur en Waterstaat

12-01-2026
103 keer bekeken

NZO Voorzitter Sybilla Dekker heeft de negende voortgangsrapportage van het Noordzeeoverleg aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangeboden. Deze voortgangsrapportage gaat over de periode mei 2025 – november 2025, en is door de minister met de Tweede Kamer gedeeld.

Leest u de onderstaande tekst liever in een PDF? Download de tiende voortgangsrapportage met begeleidende brief van Sybilla Dekker aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Noordzeeoverleg samenwerking, evaluatie en resultaten - Voortgangsrapportage 10 over de periode mei 2025 – november 2025

Introductie

In het Noordzeeoverleg (NZO) werken partijen aan de uitvoering van het Noordzeeakkoord (NZA) en de ruimtelijke uitdagingen op de Noordzee. In de uitvoering van het NZA staan de voedsel en visserij-, natuur- en energietransitie centraal, in samenhang met de veilige scheepvaart op de Noordzee.

We bevinden ons halverwege de looptijd van het NZA. Er is veel werk verzet aan de uitvoering van het NZA. Ook de komende tijd blijf ik me samen met de NZO-leden inzetten op de oplevering van de afspraken uit het Akkoord eind 2030. Deze inzet is belangrijk om aan de opdracht vanuit het NZA te voldoen: een gezonde en duurzame Noordzee met plek voor beschermde natuurwaarden, een duurzame visserij en voldoende ruimte voor veilige scheepvaart en energieopwekking op zee.

Natuur

In deze verslagleggingsperiode zijn stappen gezet voor de uitvoering van verschillende afspraken over natuurgebieden op zee. Als belangrijke mijlpaal hebben NZO partijen op basis van gezamenlijk vastgestelde uitgangspunten, conclusies getrokken over een pakket voor de invulling van 1,2% gebied dat gevrijwaard wordt van bodemberoerende visserij. Dit betreft een conclusie op basis van de grootst mogelijke meerderheid van partijen, rekening houdend met de belangen van de minderheid. In het NZA is afgesproken in artikel 4.38 om in 2030 15% van de Nederlandse Noordzee te sluiten voor bodemberoerende visserij. Formeel is in november 2025 7,2% van de Nederlandse Noordzeebodem door de Europese Commissie gevrijwaard van bodemberoerende visserij. Voor de andere gebieden die leiden tot 13,8% (conform NZA art. 4.40), loopt de noodzakelijke procedure bij de Europese Commissie. Het NZO heeft nu conclusies getrokken over welk gebied in aanmerking kan komen voor de laatste 1.2%. Het pakket bestaat uit 0,8% te sluiten gebied op de Doggersbank en 0,4% te sluiten gebied in het kader van de Natuurcompensatie Voordelta. De sectoren energie, scheepvaart, Rijksoverheid en de natuurorganisaties hebben ingestemd. Belangrijke redenen hiervoor zijn dat er een ecologisch waardevol gebied wordt beschermd, dat de economische waarde beperkt is voor vissers die onder Nederlandse vlag varen en dat de veiligheid van de scheepvaart is gewaarborgd. De sector voedsel en visserij heeft besloten niet in te stemmen, vanwege de impact op de scholvisserij, met name Nederlandse vissers die varen onder buitenlandse vlag. In mijn brief aan het kabinet heb ik erop aangedrongen dat het kabinet de conclusie van het NZO zwaar laat meewegen in het kabinetsbesluit over de aanwijzing van de 1,2% te sluiten gebied.

In art. 4.44 van het NZA hebben partijen afgesproken om de geldende beperkende visserijmaatregelen in het Nederlands deel van de Scholbox ongedaan te maken, met uitzondering van de Borkumse Stenen. Voor de afstemming met Noordzeebuurlanden is een Joint Recommendation opgesteld door het ministerie van LVVN en afgestemd met de NZO-partijen. In de Joint Recommendation wordt voorgesteld om de geldende beperkingen in het Nederlands deel van de Scholbox buiten de 12-mijlszone op te heffen.

Voor enkele afspraken is meer voortgang gewenst. In het NZA (art. 4.34) is opgenomen dat de aanwijzing van gebieden op zee die kwalificeren als Natura 2000-gebied onder de Vogelrichtlijn uiterlijk in 2025 gebeurt. Deze deadline uit het Akkoord zal niet gehaald worden. Het ontwerpaanwijzingsbesluit voor de Hollandse Kust is door de Staatssecretaris van LVVN uitgesteld in afwachting van de uitkomst van de hoger beroepszaak over de aanwijzing van de Bruine Bank. Daarnaast is naar aanleiding van onderzoek naar de overige potentieel Vogelrichtlijngebieden verder noordelijk op zee, de keuze gemaakt om te werken aan een aanvullende kennisagenda. De Staatssecretaris heeft de Kamer daarover geïnformeerd in een Kamerbrief (kst-33450-134). 

Ook over de bescherming van zandkokerwormriffen via ruimtelijke beschermingsmaatregelen is in het NZA een afspraak opgenomen (4.35). Op basis van eerder onderzoek naar deze riffen op de noordelijke Bruine Bank is het MONS programma gestart met verder (model)onderzoek om te bepalen waar deze riffen met grote waarschijnlijkheid voorkomen. Er is nog geen zicht op welke maatregel genomen zal worden voor de bescherming van zandkokerwormriffen. Mijn verwachting is dat hierover meer duidelijkheid komt in aanloop naar de actualisatie van de Mariene Strategie deel 3. 

Naast gebiedsbescherming werken NZO-partijen aan plannen voor bescherming van soorten, te weten vogels, vissen, zeezoogdieren en bodemdieren (NZA art. 6.8-6.12). Er worden in totaal twaalf soortenbeschermingsplannen opgesteld door het ministerie van LVVN. In deze periode heeft bespreking plaatsgevonden van de wetenschappelijke achtergronddocumenten die de onderleggers vormen voor de soortenbeschermingsplannen voor habitatvormende benthos, haaien en roggen, trekvogels, demersale vissen en pelagische vissen. Ik moedig een voortvarende doorvertaling naar actieplannen aan.

Voedsel en visserij

In mijn vorige voortgangsrapportage meldde ik dat de kottervisserijsector en de schelpdiersector ondernemersplannen voor de toekomst hadden opgeleverd. Ze schetsen het beeld van de manier waarop de kottervisserij en de schelpdiersector de voedseltransitie willen realiseren. De afgelopen maanden hebben de visserijorganisaties en de natuurorganisaties een vervolggesprek gehouden over de elementen uit de plannen die binnen de kaders van het NZA vallen. Denk aan het bestendigen van gebruiksruimte voor de visserij, visserij in windparken (NZA art. 4.24) en de (door)ontwikkeling van innovatieve technieken en werkwijzen die de impact van visserij op natuur verder beperken (NZA art. 3.4 en 6.7). Voor het financieren van de uitwerking van hun visie naar een duurzame kottervisserij in 2040 heeft de kottervisserijsector middelen ontvangen uit het NZA-“Transitiefonds” (art. 6.7 en H.9). 

Energie

Op het terrein van windenergie op zee zijn meerdere ontwikkelingen geweest en nieuwe plannen gepresenteerd voor het mogelijk maken van de uitrol van windenergie op zee. Het kabinet heeft de doelstellingen voor windenergie op zee bijgesteld van 50 GW naar 30 – 40 GW in 2040. Zowel het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee (WIN) en het Actieplan windenergie op zee zijn in het NZO besproken. Daarnaast heeft de minister van KGG in juli 2025 het Programma Aanlanding Wind op Zee (PAWOZ)-Eemshaven vastgesteld, waarmee een besluit is genomen over de aanlandroute voor het windpark Doordewind (DDW) en andere toekomstige aanlandingen. De inbreng van het NZO is benut in de besluitvorming. Ook bereidt het NZO zijn inbreng voor ten behoeve van het ontwerpprogramma Verbindingen aanlandingen windenergie op zee (VAWOZ). In december zal ik namens het NZO aandachtspunten voor het VAWOZ programma, specifiek de regio Noordzee, aan de minister van KGG sturen.

Scheepvaart

Een veilige scheepvaart is een randvoorwaarde bij ruimtelijke ontwikkelingen op zee. Scheepvaartveiligheid is gebaat bij een verdeling van gebieden die zo goed mogelijk rekening houdt met scheepvaartverkeer in relatie tot gebruik door andere sectoren, waaronder vissersschepen. In het pakket voor de 1,2% natuurgebied op zee dat gevrijwaard wordt van bodemberoerende visserij (zie hierboven) is daarom rekening gehouden met het feit dat in de zuidelijke Noordzee meer kruisingsverkeer van scheepvaart voorkomt dan in het noordelijke deel van de Noordzee.

Onderzoek

MONS is het tienjarige onderzoeksprogramma dat de kennisvragen uit het NZA beoogt te beantwoorden. Het doel van MONS is om inzicht te geven in de veranderingen in het Noordzee-ecosysteem die kunnen en zullen gaan plaatsvinden als gevolg van de drie transities en factoren als klimaatverandering. Eén van de thema’s waarnaar onderzoek wordt gedaan en die deze periode aandacht heeft gekregen binnen het NZO is de methode Cumulatieve Effecten Analyse. Deze methode, die binnen MONS en binnen internationale wetenschappelijke studies wordt doorontwikkeld, beoordeelt het totaal aan effecten van de transities op het functioneren van het Noordzee ecosysteem alsook het relatieve belang daarin van elke specifieke activiteit. Daarmee biedt het een instrument om te beoordelen waar welke activiteiten op zee kunnen worden toegestaan en hoe we de balans tussen de transities op zee kunnen realiseren. De komende jaren zal de methodiek zo mogelijk toegepast worden in beleidsprocessen en in de uitvoering, bijv. in ruimtelijke voorverkenningen, scenariostudies voor plannen wind op zee en ander gebruik en afwegingskaders vergunningverlening.

Het progamma Noordzee

In deze verslagleggingsperiode is het Rijk gestart met het traject richting het Programma Noordzee 2028-2033. In het NZO zijn besproken het voorstel voor de scope en aanpak van het Programma Noordzee 2028-2033, inclusief actualisatie van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie deel 3 (het programma van maatregelen). Ook in dit komende programma zal het vinden van de juiste balans van belangen (transities energie-natuur-voedsel) in de ruimtelijke ontwikkeling van de Noordzee centraal staan. Enkele afspraken uit het NZA zullen hun beslag krijgen in het nieuwe programma. Het NZO zal in geval van beleidswijzigingen op consensusgericht overleg voeren om tot gedragen oplossingen te komen.

Toekomst van de Noordzee

Aangezien ontwikkelingen in de wereld niet stilstaan, werpt het NZO regelmatig de blik vooruit. In september hield het NZO een strategische sessie waarbij de leden van het NZO mogelijke toekomsten van de Noordzee tot 2040 bespraken met verschillende onzekerheden als uitgangspunt. Daarbij kwam ook het belang van de samenwerking in het NZO, de organisatie van het NZO en de bedoeling van het NZA aan de orde.

Om het effect van huidige beslissingen op de toekomst van de Noordzee meer nadruk te geven, heeft het NZO dit najaar een jongerenplatform opgericht; Jong NZO. Jong NZO heeft als doel jongeren een stem te geven over de toekomst van de Noordzee en vormt tegelijkertijd een platform om te leren van samenwerking tussen verschillende disciplines. In Jong NZO is plaats voor twee jonge deelnemers per NZO-sector die gezamenlijk adviezen opstellen voor het NZO. Ik kijk uit naar de eerste adviezen die de leden van Jong NZO zullen geven.

Veiligheid en weerbaarheid op zee 

Een onderwerp dat in toenemende mate aandacht krijgt in het NZO, gezien de geopolitieke ontwikkelingen, is territoriale weerbaarheid (veiligheid). Het belang van weerbaarheid kan in grote mate invloed hebben op de afwegingen over de Noordzee. Er kan inmiddels gesproken worden van een vierde transitie op zee. Het NZO roept daarom op tot een zorgvuldige en integrale aanpak, in het licht van een steeds drukkere Noordzee.

Afbeeldingen

Bekijk ook

Cookie-instellingen