De bescherming van natuurgebieden op de Noordzee staat of valt met goede handhaving. In het Noordzeeakkoord zijn afspraken gemaakt om kwetsbare gebieden te beschermen tegen bodemberoerende visserij. Maar hoe zorg je ervoor dat die afspraken ook daadwerkelijk worden nageleefd? Met ondersteuning vanuit het ‘Transitiefonds’ houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht op de beschermde gebieden en treedt zij op wanneer regels worden overtreden. In gesprek met Jacobine van den Boomgaard kijken we hoe deze belangrijke schakel in de uitvoering van het Noordzeeakkoord er in de praktijk uitziet.
Over Jacobine van den Boomgaard
Jacobine van den Boomgaard werkt al ruim twintig jaar binnen de visserij. Haar loopbaan begon in 2001 bij het Productschap Vis. Na de opheffing van de productschappen zette zij haar werk voort bij de NVWA. Eerst binnen het team Expertise Vis Voedselveiligheid, waar zij werkzaam was in het dossier aanwijzing productiegebieden levende tweekleppige weekdieren. Later werkte Jacobine bij Vis Duurzaamheid, voornamelijk op het gebied van het toezicht op beschermde gebieden binnen de zeevisserij. Inmiddels richt zij zich op de kustvisserij, maar haar kennis van de handhaving op zee maakt haar nog altijd nauw betrokken bij de uitvoering van de afspraken uit het Noordzeeakkoord.
Het aantal beschermde gebieden op de Noordzee groeit. Wat betekent dat voor het toezicht door de NVWA?
De natuurmaatregelen uit het Noordzeeakkoord hebben betrekking op de Nederlandse Noordzee buiten de twaalfmijlszone. In deze gebieden gelden zowel Europese regels als nationale afspraken. Toch worden stap voor stap steeds meer gebieden beschermd tegen bodemberoerende visserij. Op dit moment ziet de organisatie toe op de naleving van de regels in beschermde gebieden zoals de Klaverbank, de Oestergronden, het Friese Front en de Doggersbank. In de komende jaren volgen naar verwachting meer gebieden.
Hoe houdt de NVWA toezicht op de beschermde natuurgebieden op de Noordzee?
Het toezicht gebeurt grotendeels met behulp van het Vessel Monitoring System (VMS), een Europees volgsysteem voor vissersvaartuigen dat door het Fisheries Monitoring Centre (FMC) van de NVWA wordt uitgelezen. Alle geregistreerde vissersschepen groter dan twaalf meter zijn verplicht om hiermee hun positie door te geven. Normaal gesproken ontvangen we iedere twee uur een locatiesignaal.
Rond de beschermde natuurgebieden werken we met een beheerszone en een waarschuwingszone van vier nautische mijl. Zodra een schip de waarschuwingszone binnenvaart, ontvangen we iedere tien minuten een signaal. Daardoor kunnen we de bewegingen van een schip nauwkeurig volgen.
Wanneer een schip een beschermd gebied binnenvaart, kijken we naar het vistuig dat aan boord is en controleren we de gegevens in het logboek. Doorvaart is toegestaan, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. Een schip moet bijvoorbeeld sneller varen dan zes knopen en het vistuig moet opgeborgen zijn. Als een schip langzamer vaart, kan dat een aanwijzing zijn dat er wordt gevist. In dat geval kunnen we aanvullende waarnemingen laten uitvoeren, bijvoorbeeld door een vliegtuig van de Kustwacht.
Wat gebeurt er als de NVWA een mogelijke overtreding constateert?
Niet iedere verdachte situatie blijkt direct een overtreding te zijn. Wanneer er signalen zijn dat een schip mogelijk in strijd met de regels handelt, wordt aanvullende informatie verzameld. Als een overtreding niet volledig kan worden vastgesteld, volgt meestal een officiële waarschuwing.
Volgens het interventiebeleid van de NVWA kan na meerdere waarschuwingen een proces-verbaal worden opgemaakt. Wanneer wordt vastgesteld dat daadwerkelijk in een beschermd gebied is gevist, wordt dit als een ernstige overtreding beschouwd. De NVWA maakt een proces-verbaal op en het Openbaar Ministerie bepaalt vervolgens welke sanctie wordt opgelegd.
Wat werkt goed en wat minder goed in de handhaving?
In de beginperiode werd gekeken naar toezicht vanuit vaartuigen van de Kustwacht. In de praktijk bleek dat minder effectief. Schepen kunnen een controlevaartuig vaak al van grote afstand zien aankomen, waardoor het lastig is om een situatie goed vast te leggen.
Luchtwaarnemingen blijken daarom een belangrijk hulpmiddel. Vanuit de lucht zijn activiteiten in een gebied beter te observeren en kan sneller worden vastgesteld wat er feitelijk gebeurt.
Wat valt op in de handhaving van de afgelopen jaren?
Het beeld is relatief stabiel. We zien geen grote uitschieters in het aantal signalen of overtredingen. Wat wel opvalt, is dat vissers de grenzen van de toegestane gebieden vaak heel nauwkeurig kennen. Schepen varen regelmatig vlak langs de grenzen van beschermde gebieden. Dat laat zien dat ondernemers goed op de hoogte zijn van de regels en hun activiteiten daarop afstemmen.
Hoe kijkt de visserijsector naar de handhaving?
De NVWA probeert de handhaving zoveel mogelijk in overleg met de sector uit te voeren. In de praktijk ervaren inspecteurs dat vissers meewerken aan controles en aan het verstrekken van informatie wanneer dat nodig is. Die samenwerking draagt bij aan een effectieve uitvoering van de afspraken die zijn gemaakt om de natuur op de Noordzee te beschermen.
Hoe verloopt het overleg met de partijen die betrokken zijn bij het Noordzeeakkoord?
De betrokkenheid van de NVWA bij de uitvoering van het Noordzeeakkoord verloopt via het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Er vindt regelmatig overleg plaats tussen de NVWA en beleidsmedewerkers van het ministerie. Daarbij worden ervaringen uit de praktijk gedeeld en wordt besproken hoe de uitvoering van de afspraken verloopt. Op die manier kunnen beleid en handhaving elkaar versterken.
Hoe ziet de toekomst van het toezicht op de Noordzee eruit?
De komende jaren neemt het aantal beschermde gebieden op de Noordzee toe. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan manieren om het toezicht verder te versterken. Zo ligt er een voorstel om gegevens uit het Vessel Monitoring System (VMS) een grotere rol te laten spelen bij het vaststellen van mogelijke overtredingen. Door te kijken naar vaarsnelheid en vaarpatronen kan beter worden beoordeeld of een schip mogelijk aan het vissen is in een gebied waar dat niet mag.
Op dit moment is voor het vaststellen van een overtreding vaak nog aanvullende fysieke waarneming nodig, bijvoorbeeld vanuit een vliegtuig van de Kustwacht. Als het voorstel wordt goedgekeurd, kan de NVWA in meer gevallen op basis van VMS-gegevens optreden. Luchtwaarnemingen blijven wel een belangrijk onderdeel van het toezicht, onder meer om signalen uit het systeem te controleren en te ondersteunen.
Van afspraak naar uitvoering
Met de uitbreiding van beschermde natuurgebieden groeit ook de opgave voor toezicht en handhaving. De ervaringen van de afgelopen jaren laten zien dat effectieve bescherming vraagt om een combinatie van technologie, toezicht in het veld en samenwerking met de visserijsector. Zo dragen de afspraken uit het Noordzeeakkoord in de praktijk bij aan het herstel van de natuur op de Noordzee.
