Elfde voortgangsrapportage voor de minister van Infrastructuur en Waterstaat

13-09-2026
206 keer bekeken

NZO Voorzitter Sybilla Dekker heeft de elfde voortgangsrapportage van het Noordzeeoverleg aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangeboden. Deze voortgangsrapportage gaat over de periode november 2025 - mei 2026, en is door de minister met de Tweede Kamer gedeeld.

Leest u de onderstaande tekst liever in een PDF? Download de elfde voortgangsrapportage met begeleidende brief van Sybilla Dekker aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Noordzeeoverleg samenwerking, evaluatie en resultaten Voortgangsrapportage 11 over de periode november 2025 – mei 2026 

Introductie

In het Noordzeeoverleg (NZO) werken partijen aan de uitvoering van het Noordzeeakkoord (NZA) (2020-2030) en de ruimtelijke uitdagingen op de Noordzee. In de uitvoering van het NZA staan de voedsel en visserij-, natuur- en energietransitie centraal, in samenhang met de veilige scheepvaart op de Noordzee. Er is veel werk verzet aan de uitvoering van het NZA.

Ook de komende tijd blijf ik me samen met de NZO-leden inzetten op de oplevering van de afspraken uit het Akkoord eind 2030. Deze inzet is belangrijk om aan de opdracht vanuit het NZA te voldoen: een gezonde en duurzame Noordzee met plek voor beschermde natuurwaarden, een duurzame visserij en voldoende ruimte voor veilige scheepvaart en energieopwekking op zee. 

Natuur

In deze verslagleggingsperiode zijn stappen gezet voor de uitvoering van verschillende afspraken over natuurbescherming. Met name ten behoeve van het bereiken van 15% beschermd gebied in 2030 waar geen bodemberoerende visserij meer mag plaatsvinden, overeenkomstig het NZA (art. 4.38). Over het pakket voor de invulling van de resterende 1,2% natuurgebied dat gevrijwaard wordt van bodemberoerende visserij heeft het NZO in de vorige verslagleggingsperiode een conclusie bereikt op basis van de grootst mogelijke meerderheid van partijen. Daarbij is rekening gehouden met de belangen van de minderheid en geconcludeerd op basis van gezamenlijk vastgestelde uitgangspunten. De sector voedsel en visserij heeft niet kunnen instemmen met de NZO conclusie. De staatssecretaris van LVVN heeft op 9 februari 2026 om die reden een voorgenomen besluit aan de Tweede Kamer gestuurd dat meer aansluit bij het voorstel van de Nederlandse visserijsector. In zijn brief heeft hij zijn waardering uitgesproken voor de concessies die de natuurorganisaties hebben gedaan in het proces. Het huidige kabinet heeft deze periode gecommuniceerd dit voorgenomen besluit over de aanwijzing van de 1,2% te sluiten gebied te volgen. In het NZO bespreek ik de consequenties van het politieke besluit voor de verschillende NZO-partijen en zal ik vinger aan de pols houden bij de verdere uitvoering.

In de vorige voortgangsrapportage heb ik aangegeven dat voor enkele natuurafspraken meer voortgang gewenst was. De minister van LVVN heeft aangekondigd op korte termijn een ontwerpaanwijzingsbesluit voor de Hollandse Kust te publiceren. Uit onderzoek is gebleken dat dit gebied voldoet aan de criteria voor aanwijzing als Vogelrichtlijngebied. Met de aanwijzing geeft de minister gedeeltelijk invulling aan afspraak 4.34 uit het Noordzeeakkoord. Met betrekking tot het onderzoek naar en aanwijzing van andere gebieden op de Noordzee die mogelijk kwalificeren als Vogelrichtlijngebied, is er nog onduidelijkheid. Ik verwacht dat hierop spoedig verdere actie wordt ondernomen door de minister van LVVN.

De ontwikkeling van soortenbeschermingsplannen voor vogels, vissen, zeezoogdieren en bodemdieren (NZA art. 6.8-6.12) is in deze periode stil komen te liggen. De afspraken uit het NZA over soortenbescherming geven mede invulling aan de natuurtransitie. Ze dienen het publieke belang: een gezonde Noordzee is een basisvoorwaarde voor elk gebruik (NZA art. 3.2), zoals de uitrol van windenergie op zee. Het ministerie van LVVN heeft aangegeven voorlopig geen capaciteit te hebben voor het opstellen van soortenbeschermingsplannen omdat de capaciteit voor andere, prioritaire dossiers benodigd is. Ik heb begrip voor de situatie. Echter, de ontwikkelingen op de Noordzee gaan in hoog tempo door en opgaven interfereren met elkaar. Gelet op het belang van soortenbescherming en de mogelijke grote impact op de andere opgaven op de Noordzee - zoals een tijdige invulling en zekerheid rondom de aanwijzing van toekomstige windenergiegebieden - vertrouw ik erop dat aanvullende capaciteit spoedig beschikbaar wordt gemaakt om de ontwikkeling van soortenbeschermingsplannen voortvarend op te pakken.

Voedsel en visserij

Deze verslagleggingsperiode stond de totstandkoming van de uitvoeringsagenda van de Visie voedsel uit zee en grotere wateren (ministerie van LNV, 2024) centraal. Zowel partijen uit de visserijsector als natuurorganisaties hebben samen met het ministerie van LVVN aan de uitvoeringsagenda gewerkt, met veel waardering voor de inzet van de voorzitter van de werktafel Uitvoeringsagenda. Er is een goede verbinding tussen de uitvoeringsagenda van het departement en de uitvoering van de afspraken over de voedseltransitie binnen het NZO.

In het NZO is deze periode de uitvoering van de ondernemersplannen voor de kottervisserij en de schelpdiersector ter hand genomen door de sectorpartijen. Er is in het NZO gesproken over de potentiële benutting van de nationale gelden uit het ‘Transitiefonds’ door de visserijsector. En er is een vervolgtraject afgesproken met betrekking tot de besteding van de middelen na 2027.

Op mijn verzoek heeft het ministerie van LVVN een toelichting op het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) gegeven aan het NZO. Het GVB is onderdeel van de internationaalrechtelijke context die van toepassing is op de afspraken in het NZA over visserijbeperkende maatregelen. Daarnaast heeft het NZO een presentatie ontvangen van Marine Stewardship Council, het certificeringsprogramma en keurmerk voor duurzame wilde visvangst, over de wijze waarop het programma werkt aan verduurzaming van de visserij. Het doel was om zo ook meer begrip te kweken voor de voorwaarden waaronder de visserijsector moet werken.

Energie

Het NZO toetst ontwikkelingen op zee ten aanzien van mijnbouw, windenergie en (andere) infrastructuur aan de afspraken uit het NZA. Deze periode zijn o.a. de initiatieven LionLink, CO2-Highway Europe, Tarchon interconnector en voornemens voor olie- en gaswinning besproken. Daarnaast monitort het NZO jaarlijks in april de (te verwachten) gasproductie in Natura2000-gebieden (NZA 4.37).

Verder heeft het NZO inbreng geleverd aan het ministerie van KGG (nu: EZK) ten behoeve van het ontwerpprogramma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (pVAWOZ). Het programma VAWOZ beschrijft hoe de energie van toekomstige windparken op zee aan land kan worden gebracht, in de vorm van elektriciteit of waterstof. De Noordzee vormt daarbij het startpunt van meerdere verbindingen; vele kilometers kabels en leidingen zullen het gebied doorkruisen.

Daarnaast werkt het NZO aan een evaluatie van de toepassing van het Afwegingskader natuurvriendelijk bouwen op de Noordzee (2024) door operators en ontwikkelaars uit de energiesector. In NZA afspraak 5.2 is afgesproken dat alle bestaande en nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de draagkracht van het ecosysteem en daarom is de ambitie geformuleerd om ze met een zo klein mogelijke negatieve voetafdruk te realiseren. Het afwegingskader is een hulpmiddel bij het realiseren van deze ambitie. In de volgende voortgangsrapportage verwacht ik de resultaten van de evaluatie mede te kunnen delen.

Havens en Scheepvaart

Het ministerie van IenW heeft het NZO op de hoogte gebracht van de herijking van de Havennota 2020-2030. De herijking is nodig door de veranderende geopolitieke situatie en de grote opgaven waarvoor de havens staan. De energie- en duurzaamheidstransities moeten voor een belangrijk deel in de zeehavens vorm krijgen o.a. via de haveninfrastructuur en de aanlanding van windenergie op zee. Daarom vindt het NZO het belangrijk om integraal naar havens te kijken. Havens als IJmuiden en Den Helder zijn van belang om het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen van de energietransitie. Tegelijkertijd vragen partijen aandacht voor het belang van havens voor de visserij en voor de natuur. Zo kunnen havens een belangrijke rol spelen bij het verminderen van onderwatergeluid van steeds groter wordende zeeschepen.

Onderzoek en wetenschappelijk advies

MONS is het tienjarige onderzoeksprogramma dat de kennisvragen uit het NZA beoogt te beantwoorden. Het doel van MONS is om inzicht te geven in de veranderingen in het Noordzee-ecosysteem die kunnen en zullen gaan plaatsvinden als gevolg van de drie transities en factoren als klimaatverandering. Zo heeft MONS deze periode nieuwe kennis ontwikkeld over kust- en zeevogels om de effecten van diverse vormen van gebruik op kust- en zeevogels te bepalen en een betere bescherming te bewerkstelligen. Deze rapporten dragen kennis bij ten behoeve van de soortenbeschermingsplannen, de Mariene Strategie Deel 3, de implementatie van de Vogelrichtlijn, de Natuurherstelverordening en het beleid voor windenergie op zee.

Volgens het NZA moeten menselijke activiteiten passen binnen de ecologische draagkracht van de Noordzee. Het NZO heeft de Wetenschappelijke Klankbordcommissie advies gevraagd over de betekenis van het concept ‘ecologische draagkracht’. De Wetenschappelijke Klankbordcommissie werkt op dit moment aan een inventarisatie van wetenschappelijke, beleidsmatige en juridische definities van ecologische draagkracht. Deze inventarisatie kan het NZO helpen om dit begrip nader te concretiseren.

Het progamma Noordzee

Het Rijk werkt aan de opvolger van het huidige Programma Noordzee, inclusief de actualisatie van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie deel 3 (het programma van maatregelen). De stakeholders in het NZO worden op verschillende manieren bij dit proces betrokken. In het NZO is de afgelopen periode gesproken over de scope van het Programma Noordzee 2028-2033, de beoogde aanpak voor de plan milieueffectrapportage en de conceptzoekgebiedenkaart voor windenergie op zee.

Het Programma Noordzee 2028-2033 is een complexe opgave. Tal van belangen vanuit de scheepvaart, energie, natuur en voedsel en visserij ambiëren een plek op zee. Het is de opdracht van het NZO om die belangen bij elkaar te brengen en daarmee een bijdrage leveren aan een breed gedragen Programma Noordzee 2028-2033.

Veiligheid en weerbaarheid op zee

De thema’s territoriale weerbaarheid en defensie zijn van belang voor het NZO. Er is sprake van een uitbreiding van activiteiten en oefengebieden van Defensie op zee. In dat kader is een nauwere betrokkenheid van het ministerie van Defensie bij het NZO gerealiseerd. In april is het ministerie van Defensie bij het NZO aangeschoven om uitleg te geven over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Daarnaast houdt het ministerie van IenW de NZO-partijen op de hoogte van de voortgang van het Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee Infrastructuur. 

Internationale ontwikkelingen 

Internationaal zijn er veel relevante ontwikkelingen die het Nederlandse deel van de Noordzee raken. Een vertegenwoordiger van de Europese Commissie heeft toelichting gegeven op het EU Oceaanpact en het proces van totstandkoming van een EU Oceaanwet. Het Oceaanpact moet gaan fungeren als kapstok voor verschillende initiatieven van de Europese Commissie met betrekking tot de zee. Dit traject op Europees niveau is nog volop in beweging. Op het niveau van het Noordzeebassin werken de Noordzeelanden samen binnen het Greater North Sea Basin Initiative. Het NZO wordt regelmatig geïnformeerd over de voortgang van deze samenwerking en houdt vinger aan de pols vanuit de verschillende stakeholderbelangen bij deze internationale ontwikkelingen.

Tot slot  

De uitvoering van het Noordzeeakkoord blijft onverminderd van belang in een periode waarin de druk op de ruimte en het gebruik van de Noordzee verder toeneemt. Samen met de leden van het NZO blijf ik werken aan een zorgvuldige afweging van belangen en aan de gezamenlijke opgaven die voor ons liggen, met behoud van een veilige en toekomstbestendige Noordzee.

    Afbeeldingen

    Bekijk ook

    Cookie-instellingen